In het kader van de Europese Richtlijn inzake Industriële Emissies (RIE) zijn bepaalde bedrijven binnenkort verplicht een bodemonderzoek (situatierapport) uit te voeren als ze de exploitatie van een nieuwe inrichting starten. Dit situatierapport zal deel uitmaken van de milieu- of later de omgevingsvergunningsaanvraag voor de nieuwe inrichting.
Eind vorig jaar heeft de Vlaamse regering de implementatie van de Europese Richtlijn inzake Industriële Emissies (RIE) principieel goedgekeurd. De daaraan verbonden decreetwijzigingen traden normaal in werking op 7 januari 2013. Maar vandaag zijn de uitvoeringsbesluiten nog niet definitief goedgekeurd. In februari hebben de verschillende adviesraden (SERV, MINA en SALV) hun bemerkingen over de besluiten ingediend. De wetgever houdt daarmee rekening, past de uitvoeringsbesluiten nog een laatste keer aan en publiceert ze in het Belgisch Staatsblad. Na deze publicatie treedt de nieuwe regelgeving definitief in werking.
De Richtlijn inzake Industriële Emissies werd op 24 november 2010 afgekondigd door het Europees parlement en de Europese raad. Door zeven oude richtlijnen samen te voegen wil de RIE een grotere samenhang creëren. De RIE omvat de volgende richtlijnen:
• Richtlijn 2008/1/EG over geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging (GPBV)
• Richtlijn grote stookinstallaties
• Richtlijn vluchtige organische stoffen (VOS)
• Richtlijn afvalverbranding
• 3 richtlijnen titaandioxide
Met deze nieuwe richtlijn wil Europa de milieuvervuiling (lucht, water en bodem) door omvangrijke industriële inrichtingen op een kosteneffectieve en merkbare manier verminderen.
De RIE wil meer aandacht besteden aan het belang van preventie en monitoring van bodemverontreiniging. GPBV-bedrijven worden specifieke bepalingen opgelegd voor de mogelijke uitstoot naar de bodem. Het gaat om bedrijven die bij hun activiteiten relevante gevaarlijke stoffen gebruiken, produceren of uitstoten. De activiteiten zijn opgenomen in bijlage I van de RIE. Behalve een beperkte uitbreiding omvat deze bijlage grotendeels bijlage I van de IPPC-richtlijn. De specifieke bepalingen voor GPBV-bedrijven zijn de volgende:
1) Situatierapport bij aanvang van de exploitatie opstellen
2) Minimale periodieke monitoring tijdens de exploitatie uitvoeren
3) Bij stopzetting van de activiteiten onderzoek en eventueel daarna sanering uitvoeren
Nieuwe GPBV-bedrijven (IPPC-bedrijven) moeten dus vóór aanvang van de exploitatie een situatierapport (nulonderzoek) laten opstellen voor de bodem en het grondwater. Dit gebeurt in de vorm van een oriënterend bodemonderzoek waarin de toestand van de bodem en het grondwater wordt beschreven. Bij de latere stopzetting van de activiteiten kan dan een nieuw bodemonderzoek een vergelijking met de nulsituatie maken. Zo wordt duidelijk of de exploitatie de kwaliteit van de grond en het grondwater heeft beïnvloed.
Dan moet u het verslag van het oriënterend bodemonderzoek naar OVAM sturen. Deze aanvraag bevat ook het bodemattest. Zo toont u aan dat door de uitvoering van het bodemonderzoek voldaan is aan de bodemonderzoeksplicht.
Bestaande GPBV-bedrijven moeten voor 7 januari 2014 een oriënterend bodemonderzoek laten uitvoeren. Heeft uw bedrijf nieuwe GPBV-activiteiten die nog niet opgenomen zijn in de IPPC-richtlijn? Dan krijgt u uitstel tot 7 januari 2015. Heeft uw bedrijf in het verleden al een oriënterend bodemonderzoek laten uitvoeren in het kader van de exploitatie van de risico-inrichting? Dan hoeft u geen nieuw oriënterend bodemonderzoek te laten uitvoeren.
Er is ook nog een overgangsregeling. Stel dat u voor een nieuwe inrichting een vergunningsaanvraag hebt ingediend vóór 7 januari 2013, maar u hebt ze op die datum nog niet in gebruik genomen. Als exploitant moet u in dit geval ook een oriënterend bodemonderzoek laten uitvoeren en dit onderzoek indienen bij OVAM voordat u de inrichting begint te gebruiken.
De periodieke onderzoeksplicht en het uitvoeren van een bodemonderzoek bij de stopzetting van de exploitatie zijn al opgenomen in het bodemdecreet. Alleen de problematiek rond het uitvoeren van een nulonderzoek is er nog niet in opgenomen. Het nieuwe artikel 33bis zal uitleggen wanneer en voor welke risico-inrichtingen een situatierapport nodig is. U vindt in het VLAREM onder de letter S in kolom 8 een overzicht van de risico-inrichtingen waarvoor u een situatierapport moet opstellen voordat u de milieuvergunning kunt aanvragen.
Wilt u meer informatie over het impact op uw activiteiten van deze nieuwe maatregelen? Neem dan contact op bodem_TBE@tauw.com
Leg uw vraagstuk voor aan onze experts, wij adviseren graag.