Het mineraal asbest wordt sinds de 19de eeuw op grote schaal verwerkt in bouw, textiel, scheepsbouw, auto-industrie, enzovoort. Het is in diverse vormen met bijna 4.000 toepassingen wijd verspreid. Een veelzijdig en complex milieu- en gezondheidsprobleem.
De ontginning en productie van asbest is niet naar de geschiedenisboeken verwezen. Er wordt nog steeds in grote delen van de wereld asbest gebruikt en verwerkt. Weliswaar niet meer in ons land en nog een 60-tal andere landen. Dat betekent niet dat het probleem asbest onder controle is en er geen asbest meer in ons milieu kan terechtkomen.
In het eerste artikel van onze reeks over asbest nemen we u in een aantal stappen mee doorheen de probleemstelling.
Asbest is een groep van zes natuurlijke silicaatmineralen met een zeer fijne, microscopisch kleine vezelstructuur. Die fijne vezels vormen bij inademing een dodelijk gevaar voor mens en dier. Asbest werd als een echt wonderproduct aanzien. Niet alleen is het relatief eenvoudig te ontginnen in open mijnen en groeves én makkelijk te bewerken tot allerlei producten. Ook is het niet brandbaar, niet geleidend en chemisch inert. Dat maakte het tot de ideale grondstof voor een uitgebreide verzameling aan asbesthoudende producten.
Asbest was reeds in de oudheid bekend als grondstof. De ontginning en verwerking op industriële schaal begint pas in de tweede helft van de 19de eeuw. Vanaf dan groeit het uit tot booming business. Tegen het einde van de eeuw wordt het mineraal grootschalig ontgonnen op elk continent en zijn er in Europa alleen al een massa verwerkende fabrieken.
Al snel wordt duidelijk dat het wonderproduct ook zijn keerzijde heeft. Het eerste rapport dat de negatieve effecten op de gezondheid aantoont (in het Verenigd Koninkrijk), dateert van 1899. In 1906 wordt voor het eerst asbest aan de dood van een arbeider gerelateerd en in 1924 wordt voor het eerst een vrouw officieel erkend als patiënt met asbestosis. (De Britse Nellie Kershaw die van 1917 tot haar dood op 14 maart 1924 in een asbesttextielweverij werkte.) Toch duurt het tot de jaren 80 voordat er bij ons een eerste wetgevend kader komt. In 2001 stelt ons land een totaalverbod in op productie en gebruik van asbest. Het geldt pas vanaf 2005 in de hele Europese Unie. Vanaf het begin van de jaren 80 ziet men daardoor een sterke daling in het gebruik van asbest in de Westerse landen.
Omdat asbest bij ons meer dan een eeuw intensief gebruikt is, komen we het zowat overal tegen. Alleen al in de bouw zijn honderden toepassingen van het product terug te vinden: dak- en vloerbedekking, warmte-isolatie, elektrische bedrading, brandwerende panelen, afdichtingen, rioolbuizen, schoorstenen, bloembakken …
Veel van het gebruikte asbest is hechtgebonden asbest. In onbeschadigde toestand is dit niet schadelijk, in tegenstelling tot het niet-hechtgebonden asbest waarvan de vezels direct vrij kunnen rondzweven en het risico bij inademing gigantisch groot is. Toch hoort ook bij het hechtgebonden een kanttekening. Aangezien vele toepassingen van het asbest inmiddels 30 tot 40 jaar en ouder zijn en vaak aan weer en wind blootgesteld zijn, zit er behoorlijk wat sleet op. Deze verwering van de producten verhoogt het risico op vrijkomende vezels. Vlaanderen heeft daarom een derde categorie gecreëerd: het semi-hechtgebonden asbest. (Ter vergelijking: in Nederland worden verweerde asbestproducten als niet-hechtgebonden gekwalificeerd.)
In Vlaanderen wordt geschat dat er nog zo’n 2,09 miljoen ton asbest in onze gebouwen aanwezig is. Daarnaast zitten er ongeveer 40.000 km asbesthoudende nutsleidingen in onze bodem. Over hoeveel asbesthoudend puin in de loop van de jaren bij sloopwerken en ophogingen in onze bodem is terecht gekomen, durft niemand een schatting te maken. Dit laatste was tot enkele jaren geleden erg onderschat. Gelukkig is ook hier de mentaliteit veranderd.
Een deel van de wetgeving rond asbest in België is federaal. Ze richt zich vooral op de bescherming van mensen en hun omgeving, met een uitgebreid pakket rond arbeidsbescherming. De milieuwetgeving daarentegen zit bij de gewesten, waardoor er verschillen zijn tussen de verschillende landsdelen. Daarover ligt een overkoepelende Europese wetgeving waar alle nationale en regionale wetgevingen aan getoetst moeten worden. Dit maakt het asbestprobleem juridisch en milieutechnisch een complex kluwen van wetten, regels en procedures waar deskundig advies wenselijk is.
De hele asbestproblematiek kan grosso modo in twee deelgebieden worden opgesplitst. Enerzijds het asbest dat in zijn diverse toepassingen in vele gebouwen aanwezig is. Voor bedrijven geldt hiervoor onder meer de verplichting voor de opmaak van een asbestinventaris. Anderzijds is er het asbest in onze bodems, zowel in de vorm van asbesthoudend puin als bodemverontreiniging met losse vezels. De voorbije jaren heeft Ovam in Vlaanderen initiatieven genomen om het probleem aan te pakken.
Vlaanderen wil tegen 2040 asbestveilig zijn. Dat is niet hetzelfde als asbestvrij. Het is de bedoeling om het probleem beheersbaar te maken en de risico’s weg te werken.
In volgende artikels leest u hoe dit wordt aangepakt voor asbest in gebouwen en bij de bodemproblematiek. We maken u duidelijk hoe Tauw België u hierbij kan helpen. Ook de nieuwe Tracimat regelgeving die binnenkort in Vlaanderen van kracht wordt en die een duidelijke link naar asbest heeft, komt in een volgend artikel aan bod.
T +32 16 35 28 40
E philippe.vermeulen@tauw.com
Leg uw vraagstuk voor aan onze experts, wij adviseren graag.